Line of Sight is bepalend maar niet altijd.

Sinds mijn eerste blog over 23 cm (terug op 23cm) heb ik de nodige ervaringen opgedaan.

Ik ben nog steeds erg enthousiast over de mogelijkheden op deze band en de leuke en inhoudelijke qso’s die ik heb op 23. De tegenstations zijn vrijwel ook allemaal aan het experimenteren en hebben veelal zelfbouw of een op een transvertor gebaseerde zend/ontvanger in gebruik. Radio-hardware is weer het gespreksonderwerp in plaats van software, codepluggen of netwerkperikelen.

Ook heb ik een aantal mobiele verbindingen gemaakt via de repeater Assen en in Duitsland via de repeater van Recklinghausen, zowel met de TH-55e als de LZ5HP transvertor in combinatie met een FT-1XDE. Vooral deze mobiele experimenten bewijzen dat voor een verbinding een ‘line-of-sight’ onontbeerlijk is. Zodra er gebouwen, bossen of een heuvelrug in het radiopad aanwezig is gaat niks. Zodra je ‘in zicht bent’ is de verbinding 9++. Op 23cm heb je overigens ook flutter als je rijdt. Dit lijkt echter sterk op ontsteking-storing. Gekraak in plaats van de gebruikelijk ‘klapper’ flutter die we gewend zijn op 70cm.

Het mobiele bereik op 23cm is dus zeer beperkt of je moet al door onbebouwd gebied rijden met een repeater die 100 meter hoog staat. Een ander ‘probleem’ is dat het aantal 23cm repeaters beperkt is. In Nederland zijn we nog relatief goed bedeeld. In Duitsland staan naar verhouding minder 23cm relais dan bij ons. /M op 23cm zal ik dus niet vaak gaan ondernemen. Bijkomend verschijnsel is dat er weinig activiteit is op de momenten dat ik langs DB0EE (Elten), DB0SRE (Recklinghausen), DB0TO (Hagen) en DB0GIS (Giessen) rij. Deze repeaters kan ik steeds gedurende ca. 30 km tijdens het rijden over de Autobahn werken. Een kwartiertje dus.

Okay.. hoe gaat het thuis. Zoals in mijn vorige blog al beschreven gaat het prima met PI6HVN en PI6NOS. Alhoewel, met NOS heb ik regelmatig problemen. Allereerst twee kaartjes van het radiopad. (klik op de kaart voor een leesbare vergroting)

PI6HVN-pad PI6NOS-pad

Hieronder de bijbehorende karakteristieken. Hierbij heb ik een Line-of-Sight (LOS) berekening gemaakt zoals die te vinden is op WikiPedia   los    waarbij de standaard k factor 4.12 is gebruikt = normale weersomstandigheden. Bij de berekening heb ik mijn eigen antennehoogte (14 meter) meegenomen. De antenneversterkingen en vermogens van NOS en HVN zijn vergelijkbaar.

Afstand Hoogte LOS
PI6HVN 48 55 34
PI6NOS 68 150 52

Het signaal van HVN is echter stabiel S7 gedurende de hele dag en avond, terwijl het signaal van NOS gedurende de dag schommelt tussen de S1 en S4 en ‘s avonds stabiel S3 is op een overigens niet gekalibreerde S meter, maar voldoende om als indicatie nu te dienen. Zodra er inversie optreed, dus tropo condities, dan lopen de signalen sterk op trouwens en als de inversie sterker wordt komen ook repeaters op grotere afstand ook binnen zoals Den Haag en Eindhoven. Hierbij is er een soort drempel: eerst komen de repeaters die binnen een afstand van 100km staan harder binnen voordat de inversie nog beter wordt en de repeaters HGL en EHV op beide 125km plots gehoord worden met even zo sterke signalen.

Gezien de afstanden en de berekende LOS is er echter wel een onverklaarbaarheid in de signaalgedragingen tussen HVN en NOS. Het is te begrijpen dat HVN sterker is omdat de reële afstand 20 km (1/3) korter is dan NOS, maar waarom heeft de ontvangst van NOS zoveel last van QSB?

Hiervoor kunnen denk ik de kaartjes dienen. Het pad van HVN loopt geheel over (wei-)land en vrijwel niet over open water. NOS daarentegen moet voor een gedeelte over het Gooimeer en ook is er halverwege het pad bebossing aanwezig. Dit is van belang omdat er naast de Line-of-Sight ook sprake is van beïnvloeding binnen de zogeheten Fresnel zone, een gebied dat additionele trajectdemping geeft.

fresnel

Low-powered microwave transmitters can be foiled by tree branches, or even heavy rain or snow. If a direct visual fix cannot be taken, it is important to take into account the curvature of the Earth when calculating line-of-sight from maps. Designs for microwave used to use 4/3 earth radius to compute clearances along the path. The presence of objects not in the direct visual line of sight can interfere with radio transmission. This is caused by diffraction effects: for the best propagation, a volume known as the first Fresnel zone should be kept free of obstructions.

Dit laatste verklaard denk ik de QSB. Niet dat de bossen weg zijn ‘s avonds, maar vaak gaat dan wel de wind liggen en mogelijk dat ook het wateroppervlak een negatief effect heeft overdag. Ik ben benieuwd hoe het tijdens de winterperiode gaat als er minder of geen blad aan de bomen zit. Het radiopad naar HVN kent overigens ook wel obstakels maar deze geven blijkbaar minder Fresnel effect.

Echt een leuke band om dit soort experimenten en onderzoek te doen. Het smaakt naar meer.